tomas verwer
Ik ben Tomas Verwer en geboren op 29 november 1938 op het eiland Java in Nederlands-Indië. Mijn vader verbouwde thee en kinabomen op de onderneming Sadaréhé bij Cheribon. Uit de bast van kinabomen wordt een middel gemaakt om koorts te onderdrukken. Als de oorlogsdreiging reëel wordt, wordt mijn vader opgeroepen in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Na de Japanse inval in maart 1942 verandert het leven voor de familie Verwer drastisch.
Mijn vader raakt krijgsgevangen. Mijn moeder en ik moeten vluchten voor moordende en plunderende republikeinen. Samen met mijn moeder worden we achtereenvolgens in de kampen Bandoeng Kareës en Tjideng geïnterneerd. Van mijn tijd in Tjideng herinner ik me nog het urenlang in de zon staan, de appéls waarbij we op de meest idiote momenten eindeloos naar de Japanse vlag moesten buigen, de slechte hygiënische omstandigheden, het grote gebrek aan voedsel en het “gedekken” (door de kamp-afscheiding kleding ruilen voor eten met “buitenkampers”). Na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 heeft mijn moeder mijn vader teruggevonden in het kamp Tjimahi. Mijn vader kampte met ernstige gezondheidsproblemen door een tekort aan voeding. Hierdoor was hij bijna blind. Hij kreeg hiervoor een speciaal embleem dat de Japanners erop wees dat hij ze niet zag. Dit was van levensbelang, niet buigen als een Japanner passeerde, kon een gevangene op zware lijfstraffen komen te staan. Door de slechte omstandigheden had hij ook last van tropische zweren, hierdoor herkende ik hem aanvankelijk niet meer.
In januari 1946 zijn mijn vader, moeder en ik per boot teruggekeerd naar Nederland. Door de periode van bijna drie jaar internering was ik nauwelijks gegroeid en broodmager. Ook heeft de oorlog mij niet alleen lichamelijk geraakt. In de eerste periode na mijn terugkeer was ik erg in de war, omdat ik erg moest wennen aan het aangepaste leven in Nederland. Maar het is met mij weer allemaal goed gekomen. Ik heb de middelbare school afgemaakt, heb gestudeerd, een goede baan gehad en ben nu uiteindelijk een trotse opa van zeven kleinkinderen.
Ik vind het vertellen van mijn persoonlijk verhaal van groot belang, zodat de huidige generatie stilstaat bij wat er in voormalig Nederlands-Indië is gebeurd. Dat kan niet genoeg verteld worden.